Ik ben Aretha, geboren als een biologische hybride leghen, op 23 maart 2020. Toen ik 16 weken oud was, werden we met z’n allen in kratten gestopt en weggereden. Ik kwam terecht in een klein hok samen met 245 andere hennen en 3 hanen. De slaapstokken hingen heel hoog en het water ook. Mijn lichaam begon eieren te leggen. Ik wilde veel eten en vooral veel water drinken. Er kwam maar weinig water uit de pipetjes, als je ze aanraakte. Wij leerden met z’n allen om eieren te leggen op de rubberen matten achter rode flappen. Het was daar heel druk omdat iedereen tegelijk moet leggen. Na een paar weken gingen er twee luiken in ons hok open. Door de luiken konden we naar buiten lopen, in een bosje met hoge bomen, dat was erg leuk. Soms vloog er een roofvogel op ons af, die heeft een paar hennen gegrepen. Dat was heel naar.
Na één maand gingen de luiken niet meer open. Dat vonden wij vreselijk en we begrepen het niet. Het was binnen druk, stoffig en het stonk. We hadden geen ruimte en we hadden helemaal niets te doen. Sommige hennen bleven met hun tenen haken in de gaatjes en hun teen brak dan af. We hadden regelmatig geen water meer. Dat was heel ongemakkelijk voor onze lichamen. We hadden het niet goed en we verveelden ons. Sommige hennen werden agressief en vielen de andere hennen aan. Na een tijdje werd een hen doodgemaakt door een groepje agressieve hennen. Zo volgden er meer. Dan kwam er een moment dat iedereen op iedereen leek te pikken. De hennen die achterna werden gezeten, konden vaak nergens schuilen. Dit kwam doordat ook in de donkerste hoekjes zoals onder de mestband, het licht aan was, om ons te ontmoedigen om daar eieren te leggen.
Ik werd ook gepikt en achterna gezeten. Mijn vleugelveren braken af waardoor ik niet meer goed kon opvliegen. Steeds meer van mijn veren braken af en ik werd gepikt op mijn huid. Ik werd steeds banger en durfde steeds minder. Het leek alsof ik daarom nog meer werd gepikt. Als de lichten onder de mestband uit waren dan schuilde ik daar in het verste hoekje. Als de lichten aan waren, dan probeerde ik te schuilen achter de flappen in de legnesten. Daar werd ik vaak weer weggejaagd.
De andere hennen pikten in mijn stuitje en er was veel bloed. Dan werd ik ingesmeerd met zwarte vieze smeer en moest ik een apart hok in. Daar was het fijner, ook als was het heel klein. Als mijn wond weer was geheeld, moest ik daar weer uit. Toch werd ik steeds weer aangevallen en mijn rug deed steeds meer pijn.
Toen het weer een keer gebeurde, werd ik opgepikt door het lieve mens die vaak voor ons zorgde. Zij nam mij en nog een bange hen mee. Ik kreeg de naam Aretha. Zij werd Lisa genoemd. Wij kwamen te wonen bij de hennen Katrien en Sadé. Het lieve mens was hier ook altijd. Ze zorgde goed voor ons.
Ik ben inmiddels de laatst levende van de 1e groep leghennen van de Herenboerderij De Vlinderstrik. Ik ben de oudste in mijn groep en ik voel me goed. Ik kan mijn staart niet hoog dragen omdat deze spieren zijn weggepikt, maar daar heb ik nu geen last meer van. We zijn verhuisd naar een plek met een groot weiland. Als mensen op het weiland zijn, roep ik soms dat ik mee wil. Dan ga ik mee op de kruiwagen. Samen met de hond hou ik dan onze mensen in de gaten. Soms krijg ik last van het eieren leggen. Dan krijg ik een scherp ding tussen mijn vleugels, dan stop ik met leggen.
Ik ben iemand, ik ben dierbaar en ik hou van dit leven. Ik ben Aretha, de trotse leider van mijn groep.
De eerste twee foto's laten Aretha in 2021 zien, als een jonge hen bij de Herenboerderij De Vlinderstrik, wanhopig, bang en gewond. De laatste twee foto's zijn van Aretha in 2024, als een waardige hen die weet hoe het is om dierbaar te zijn.





Sponsor Aretha