Hoi, ik ben Betteke. Ik ben geboren op 15 juni 2021 als biologische leghen. Toen we adolescent waren, kwamen we met 245 hennen en 4 hanen te wonen in de mobiele kippenkar bij een Herenboerderij. We liepen elkaar vaak in de weg. Om de een of andere reden werd ik altijd gepest door de andere hennen, misschien omdat ik magerder ben dan gemiddeld. Ik durfde niet naar buiten, in de kleine ren, ik bleef veilig binnen.
Nadat de uitloopren kapot ging in de storm, konden de andere hennen ook niet meer naar buiten en zaten we opgepropt in het dichte stalletje. De pesterijen werden toen heviger en ik werd heel bang. Ik kon namelijk nergens schuilen, omdat zelfs de legnesten waar we normaal konden schuilen achter een rode flap, in de middag werden gesloten. Als een hen laat was met het leggen van een ei, dan kon ze er niet meer bij. Soms raakte een hen bekneld tussen het sluitende rooster en de legnest.
Omdat ik er slecht aan toe was, werd ik een een apart gedeelte geplaatst. Daar leerde ik een lieve hen kennen, zij werd mijn vriendin. Later kregen wij beiden namen van de mens met zachte geluidjes, die onze wonden verzorgde. Ik kreeg de naam Betteke en zij werd Dolores genoemd. Nadat wij hersteld waren van onze wonden, moesten we weer terug bij de andere hennen. Na een paar dagen werd ik weer erg te grazen genomen door een agressieve groep hennen. Toen had ik geen wil meer om te leven, ik kon niet meer eten en ik gaf het op.
De mens met zachte geluidjes kwam twee keer per dag om mij aparte voeding te geven, uit een spuit. Daar knapte ik van op. Dolores werd inmiddels ook weer gepikt aan haar oude wond, waardoor ze bloed had. Zij kwam er ook weer bij in het aparte hok. Dat was prima. Ook al was dat deel heel klein, waren we daar veilig en hadden we troost aan elkaar.
Na een paar maanden werd de deur van ons aparte hok geopend en konden ook andere hennen naar binnen. Ik bleef gewoon op de hoogste stok in een hoekje schuilen en trok geen aandacht. In de avond als het schemerde, probeerde ik beneden snel wat te eten. Voor het water moest ik de stok bereiken waar ons drinkwater uit druppelde als je het puntje aanraakte. Soms werden er hennen in ons hok gelegd die niet konden lopen. Die konden de leiding met water niet bereiken en stierven.
Mij vriendin Dolores was dapper en liep op een gegeven moment uit ons aparte hok via de open deur. Ze kwam niet meer terug. Wel hoorde ik gekrijs en ik zag een stofwolk. Daarna was er geen gekrijs meer en werd het stil. Dolores heb ik nooit meer teruggezien.
Ik voelde me bang en eenzaam. De mens met zachte geluidjes nam mij mee. Ik kwam buiten het hok en alles was wit. Het was koud, maar ik kon heel veel nieuwe dingen zien. Zo begon mijn nieuwe leven. Eerst binnen bij mijn mens, daarna werd ik geïntroduceerd bij de oudere hennen en sommige hennen die ik herkende uit mijn stal. Het was even pittig om daar te wennen en geaccepteerd te worden, maar dat is goed gekomen. Ik ben de kleinste van het stel, maar ik voel me geliefd.
De oudste hen Aretha is mijn grootste vriendin. Ik ben graag dicht bij haar. Ik vind het heel fijn om zachte geluidjes uit te wisselen, met Aretha, met onze mensen, met andere hennen en met Bronx de haan. Ik ben Betteke en ik ben blij dat ik leef.
Betteke komt van de kleinschalige Herenboerderij De Vlinderstrik, waar de hennen in een kipcaravan leven. Als de hennen opgesloten worden in de kipcaravan en niet naar buiten kunnen, worden ze wanhopig. Er is niets te doen, het is vies, het stinkt, het is stoffig en heel erg druk. Er is concurrentie voor het eten, water en legnesten, er wordt gevochten. Van het een komt het ander en de eerste gewonden zijn er, de eerste dodelijk gewonde kippen zijn er. Betteke heeft het ternauwernood gered, haar vriendin Dolores niet. Als Betteke niet gered was, dan was ze samen met de andere hennen een paar maanden later geslacht, nog in de bloei van haar leven. Zie hier het verhaal van Betteke, verteld met foto's.





















